Ambities Onderwijsregio Utrecht Stad tot en met 2029

Hoe zorgen we er samen voor dat er in 2029 voor elke Utrechtse klas een goede leraar staat? Dat is de kern van de meerjarige ambitieafspraken van Onderwijsregio Utrecht Stad.

Hoe zorgen we er samen voor dat er in 2029 voor elke Utrechtse klas een goede leraar staat? Dat is de kern van de meerjarige ambitieafspraken van Onderwijsregio Utrecht Stad.

Het ministerie van OCW vraagt elke onderwijsregio om zulke afspraken te maken. De afspraken gaan over drie doelen: personeel aantrekken en opleiden, personeel behouden en professionaliseren, en goed onderwijs blijven geven, ook bij tekorten. Schoolbesturen, partnerschappen en opleidingen uit po, vo en mbo hebben samen vastgelegd hoe Utrecht dat aanpakt.

Nieuwe collega’s aantrekken en opleiden

We blijven investeren in nieuwe collega’s. Zij-instromers brengen waardevolle vakkennis en werkervaring mee. Ons streven is jaarlijks minimaal 30 zij-instroomtrajecten in het po, 35 zij-instromers in het mbo en vanaf 2029 minimaal 10 in het vo. Met de arbeidsmarktcampagne ‘Geef je onderwijswerk Utrechtse Energie’ blijven we nieuwe mensen enthousiast maken voor het onderwijs in onze stad.

Collega’s behouden en ontwikkelen

Behouden is minstens zo belangrijk als aantrekken. Daarom zetten we in op een sterke start, met goede begeleiding en aandacht voor lesgeven in een grootstedelijke context. In het po willen we de uitstroom van startende leraren terugbrengen naar maximaal 5 procent. In het vo staat minimaal 80 procent van de starters na drie jaar nog voor de klas. In het mbo werkt minimaal 75 procent van de zij-instromers drie jaar na de start nog in het mbo, en rondt minimaal 75 procent een gestart PDG-traject binnen drie jaar af. Besturen stellen bovendien hun professionaliseringsaanbod open voor elkaars medewerkers.

Samen werken aan oplossingen voor personeelstekorten

Ook pakken we de tekorten gericht aan. In het vo willen we de tekorten in vakken als Nederlands, wiskunde en natuurkunde met minimaal 10 procent terugdringen. Vo en mbo maken samen afspraken over de inzet van schaarse docenten Nederlands en rekenen/wiskunde. Schoolbesturen blijven in de wijken de samenwerking opzoeken in plaats van met elkaar te concurreren, bijvoorbeeld bij het herplaatsen van collega’s.