Laten we het vooral niet te complex maken

Mariska Gerritsen
Staffunctionaris KSU en projectleider zij-instroom

Mariska Gerritsen werkt al bijna zeven jaar met plezier als stafffunctionaris P&O bij de KSU, een organisatie die in de stad Utrecht verdeeld over dertig locaties vierentwintig basisscholen beheert en bestuurt. Mariska is bovendien projectleider van het project zij-instroom van Utrecht Leert. Mariska vertelt over zij-instroom, samenwerking en verwachtingsmanagement.

Mariska Gerritsen werkt al bijna zeven jaar met plezier als stafffunctionaris P&O bij de KSU, een organisatie die in de stad Utrecht verdeeld over dertig locaties vierentwintig basisscholen beheert en bestuurt. Mariska is bovendien projectleider van het project zij-instroom van Utrecht Leert. Mariska vertelt over zij-instroom, samenwerking en verwachtingsmanagement.

Hoewel Mariska vanuit het bedrijfsleven in het onderwijs terechtkwam, vindt ze het een hele mooie branche om in te werken vanwege de maatschappelijke betrokkenheid en het feit dat je impact kunt hebben op de toekomst van kinderen. 

Toen een tijd geleden werd besloten dat KSU penvoerder zou worden van de zij-instroomregeling, raakte Mariska hier al snel bij betrokken. Als staffunctionaris was Mariska binnen het KSU met name verantwoordelijk voor de ontwikkelingskant van P&O, met in haar portefeuille zaken als werving en selectie, arbeidsmarkt, opleiding en ontwikkeling. Vanuit haar rol had zij dus in meer of mindere mate al te maken met arbeidsmarktcampagnes, zij-instroom en het lerarentekort en juist door die raakvlakken werd Mariska projectleider van de zij-instroomregeling, die hangt aan het convenant van Utrecht Leert. Als projectleider maar ook als persoon wil Mariska vooral zorgen dat tijd en geld goed worden besteed en niet verloren gaan aan randzaken:

“Laten we het vooral niet te complex maken”.

De zij-instromer. Een van de oplossingen die vaak wordt genoemd om het lerarentekort in het primair onderwijs terug te dringen. Mariska noemt zij-instroom zelf vooral: “een hele mooie kans om een deel van het lerarentekort op te lossen”. Niet dé oplossing, wel één van de mooie kansen die daaraan kan bijdragen dus. “Mensen van buiten het onderwijs nemen een berg aan ervaring mee die heel goed van pas kan komen, een frisse wind. Ook krijg je er over het algemeen echt heel gemotiveerde en bevlogen mensen mee voor de klas”, vertelt Mariska. 

Het doel van het project rondom zij-instroom (als totaal) is om in Utrecht 60 zij-instromers op te leiden maar bovenal om de kwaliteit van de begeleiding van zij-instromers te verbeteren. Vooralsnog is de looptijd van dit project vier jaar, waarvan er inmiddels een jaar op zit. 

Ongeveer anderhalf jaar geleden begon voor Mariska het projectleiderschap. Samen met andere besturen werd er succesvol samengewerkt aan de subsidieaanvraag en vervolgens aan een startdocument om de invulling aan de regeling vorm te geven. Die samenwerking is heel goed verlopen en de zeventien deelnemende besturen hebben nu allemaal de mogelijkheid om zij-instromers aan te nemen en een deel van de onkosten daarvoor vergoed te krijgen. Na deze mooie start is het tijd om vooruit te kijken.  

Mariska vertelt over de speerpunten van het komende jaar, drie thema’s die de prioriteit hebben. Allereerst moet de matching tussen zij-instromers die zich aanmelden en de deelnemende besturen worden verbeterd. “Wat je nu ziet is dat de grote besturen veel belangstellenden krijgen die zij niet allemaal kunnen plaatsen terwijl de kleine besturen best zouden willen maar niet zo goed weten waar ze deze mensen kunnen vinden”, vertelt Mariska. Een tweede ontwikkelpunt is dat er gekeken gaat worden naar een traject dat specifiek is bedoeld voor het speciaal onderwijs, omdat dat dat net weer om andere mensen vraagt en omdat het ook weer een heel ander type onderwijs betreft. In Rotterdam is daar bijvoorbeeld al wat meer ervaring mee. Het derde punt betreft het verder ontwikkelen van een voortraject dat voorafgaat aan de opleiding voor zij-instromers. Dit voortraject is sinds de start van het project ontwikkeld en is inmiddels ook geëvalueerd. Er is besloten dat dit voortraject voortgezet gaat worden. Samen met de pabo wordt er gekeken hoe dit voortraject nog beter kan worden.  

Het werven van zij-instromers staat, misschien enigszins verrassend voor een buitenstaander, overigens niet hoog op de agenda. Het is namelijk helemaal niet zo dat er te weinig kandidaten zijn. Er zijn genoeg mensen die graag voor de klas willen staan. “Toch hoor je weleens zeggen: er is toch een lerarentekort, waarom kan ik dan niet direct aan de slag. Dat is echt iets dat rechtgezet moet worden. Deels zit dat in de matching maar deels ook in het managen van verwachtingen”, vertelt Mariska.

Dat scholen zij-instromers kunnen aannemen en een tegemoetkoming in de kosten krijgen, wil niet zeggen dat er direct een passende plek beschikbaar is om een zij-instromer te laten starten en goed te kunnen begeleiden. Het managen van de verwachtingen zou tweeledig moeten zijn: aan de ene kant moeten de scholen enthousiast gemaakt worden over het aannemen van een zij-instromer en moeten ze daarbij vooral ook goed worden geïnformeerd over wat dat inhoudt. Zij-instromers moeten op hun beurt weten dat als zij zich aanmelden, er vaak niet direct de volgende week plek is. Dit komt bijvoorbeeld door een beperkte begeleidingscapaciteit, juist omdat je met elkaar wil dat de kwaliteit van de begeleiding goed is, dat is niet alleen een kwestie van geld.  

Mariska kijkt uit naar weer een mooi jaar waarin de verschillende samenwerkingen nog verder worden versterkt en er mooie stappen richting kwalitatief goede begeleiding van zij-instromers in Utrecht gezet zullen worden.